Rund

Het team van Dierenartsenpraktijk Tubbergen beschouwt de preventie van dierziektes als een van de belangrijke speerpunten van de praktijkvoering. Als partner van de veehouder kijken we naar risicofactoren om samen maatregelen te treffen alvorens een dier ziek wordt.

Binnen de structurele bedrijfsbegeleiding kunnen we met continue bewaking afwijkingen snel opsporen. Door de juiste acties te ondernemen voorkomen we het ontstaan van ziektes zoals uierontstekingen, klauwproblemen, lebmaagverplaatsingen etc. Daarnaast besteden we veel aandacht aan de weerstand van de dieren. Besmettelijke bedrijfsgebonden ziektes zoals BVD, IBR, Salmonella en Neospora horen niet op een modern melkveebedrijf thuis.

Door actieve deelname aan cursussen, nascholing en certificering zijn we op de hoogte van de recente ontwikkelingen binnen de gezondheidszorg voor landbouwhuisdieren. Zo zijn we altijd een betrouwbare gesprekspartner voor de veehouder in zake diergezondheid, huisvesting en voeding.

  Koppels koeien: onze kracht!

 

DAP15

De doelstelling van DAP Tubbergen is door middel van bedrijfsbegeleiding een bedrijf in zijn geheel te kunnen beoordelen op zijn sterke en zwakke punten:

  • Om te komen tot een optimaal rendement en een efficiënte bedrijfsvoering
  • Met een makkelijk melkgevende koppel koeien
  • Door middel van continue monitoring en preventie
  • Dit alles bezien vanuit het dier en rekening houdend met de doelstellingen van de veehouder

Optimale productie en voeding

Het bedrijfsbezoek is essentieel. We beoordelen of de dieren voldoende ruimte hebben om te drinken, eten, lopen en rusten. De MPR (melkcontrole uitslag) is van groot belang om de resultaten van zowel de gehele koppel, groepen en individuele dieren te bekijken. Niet alleen de kg melk maar ook de gehaltes en vooral de verhoudingen tussen de gehalten zijn van groot belang. Voor de begeleidingsbedrijven maken we dagelijks gebruik van de MPR gegevens op PIR-DAP (partners in rendement). Het Snelzicht geeft een goede eerste indruk van een bedrijf. Als eerste kijken we naar de BSK, van het bedrijf en van de groepen. Een grote schommeling in BSK tussen melkcontroles is soms te wijten aan voerovergangen. Tevens wordt het vet- en eiwitgehalte beoordeeld. Bij pas afgekalfde koeien hoort het vetgehalte niet boven de 4.50 te komen. Is dit wel het geval dan gebruikt de koe het rugvet voor de melkproductie. Meestal is de oorzaak te weinig energie opname of te weinig energie in het rantsoen. Is het vetgehalte in de melk lager dan het eiwitgehalte dan spreken we van een inversio. Dit kan gevaarlijk zijn en duiden op pensverzuring. Oorzaak kan zijn te weinig ruwvoeropname al dan niet gecombineerd met een overmaat aan krachtvoer. Het meeste voorkomend is een te laag eiwitgehalte in de melk bij de pas afgekalfde koeien. Dit duidt op een energietekort in het rantsoen. Dit kan zijn een structureel energiearm rantsoen of een relatief tekort omdat b.v. vaarzen en/of kreupele koeien worden verdrongen en geen kans krijgen voldoende voer op te nemen. Ook komen we af en toe een kapotte of verkeerd afgestelde krachtvoerautomaat tegen. Een te laag eiwitgehalte bij de nieuwmelkte koeien is funest voor de eicelkwaliteit en zal resulteren in een verminderde vruchtbaarheid op de lange duur. Nieuw in de MPR uitslagen is de aanduiding ketose. Bij de koe-attenties is mooi te zien bij welke dieren verdacht zijn van slepende melkziekte.

Optimale vruchtbaarheid

Voor een optimale vruchtbaarheid zijn 2 pijlers van levensbelang. Ten eerste het bestrijden van ziekten die een negatieve uitwerking hebben op de vruchtbaarheid en ten tweede een optimaal transitiemanagement en voeding. Een ziekte die vroeger van grotere betekenis was is Brucella abortus. Deze ziekte is zeer besmettelijk en heeft verwerpen tot gevolg. Nederland is officieel B. abortus vrij. Wel is het verplicht bloedonderzoek van verwerpers te laten uitvoeren . Ziekten die een grote invloed hebben op de vruchtbaarheid, maar die we zelf moeten bewaken zijn IBR, BVD, Neospora en Salmonella. Al deze ziekten kunnen gepaard gaan met abortus en een verminderde vruchtbaarheid. Vooral als IBR in combinatie met BVD optreedt heeft dit een zeer negatieve uitwerking op de diergezondheid. Dus zijn er problemen met de vruchtbaarheid b.v. een te lange tussenkalftijd TKT of een verhoogd aantal inseminaties, of teveel terugkomers dan is het belangrijk te weten of eerder genoemde dierziekten een rol spelen. Tegen IBR en BVD kan men enten. En m.b.t Neospora moet elk contact van de koe met een hond vermeden worden. Een tweede belangrijk item voor de vruchtbaarheid is de energiebalans van de koe rondom afkalven. Een negatieve energiebalans NEB gaat gepaard met een verhoogde hoeveelheid NEFAs en ketonlichamen. Deze zijn funest voor de eicellen. Een mindere kwaliteit eicel maakt dat de embryo’s niet tot ontwikkeling komen of vervroegd afsterven. Ook gaat een NEB vaak gepaard met een verhoogd aantal cysteuze koeien. Als bij de bedrijfsbegeleiding een hoger aantal cysteuze koeien voortkomt ligt vaak de oorzaak in het rantsoen. Het energiegehalte van het rantsoen is aan de lage kant. Ook zie je een laag eiwitgehalte in de melk bij deze koeien. Nieuw in de MPR uitslagen is de aanduiding ketose. Bij de koe-attenties is mooi te zien bij welke dieren verdacht zijn van slepende melkziekte. Indien men cysteuze koeien of koeien met ketose vervolgt door de tijd heen zal duidelijk worden dat deze koeien vaak 1 à 2 inseminaties extra nodig hebben om drachtig te worden.

Optimale jongveeopfok

De prestaties van het melkvee worden in grote mate beïnvloed door de ontwikkeling die het kalf doormaakt. Recent onderzoek heeft aantoonbaar gemaakt dat een optimale opfok in de eerste 8 levensweken zorgt voor meer uierweefsel en dus meer melkproductie op latere leeftijd. Een probleemloze kalveropfok is dus van levensbelang voor gezonde koeien en een gezond bedrijf in de toekomst. Indien nodig betrekken we expertise om specifiek op het bedrijf de juiste beslissingen te nemen. Dit kan gaan over voeding, huisvesting of vaccinaties.

Reageren is niet mogelijk